Ga naar de inhoud

Wetenschap en praktijk ontmoeten elkaar in het delen van kennis

Communities of practice als stimulerend voorbeeld

 

De kwaliteit van zorg en de kwaliteit van leven van mensen met een verstandelijke beperking kan verbeteren wanneer wetenschappelijke kennis daadwerkelijk wordt gedeeld en toegepast in de praktijk (Embregts, 2018). In de dagelijkse zorgpraktijk blijkt dit echter geen vanzelfsprekend proces.

 

Inleiding

Zorgprofessionals opereren in een dynamische en complexe context, waarin zij voortdurend moeten inspelen op nieuwe inzichten, veranderende regelgeving en toenemende zorgzwaarte. Tegelijkertijd ervaren zij beperkte tijd en ruimte om nieuwe kennis toe te passen in hun dagelijks handelen.

In de literatuur wordt regelmatig gewezen op de kloof tussen wetenschap en praktijk (Drahota et al., 2016). Praktijkvragen sluiten niet altijd aan bij bestaand onderzoek en onderzoeksresultaten bereiken de werkvloer niet vanzelf of zijn lastig te vertalen naar het concrete handelen. Daarnaast spreken wetenschappers en zorgprofessionals geregeld een andere ‘taal’, werken zij in een verschillend tempo en maken zij gebruik van andere communicatiekanalen (Drahota et al., 2016; Embregts, 2017; Kersten et al., 2022). Binnen academische werkplaatsen wordt gezocht naar manieren om deze verschillen te verkleinen en de wisselwerking tussen wetenschap en praktijk te versterken. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat kennisontwikkeling en kennisbenutting niet los van elkaar plaatsvinden, maar elkaar juist versterken in een continu proces. Dit vraagt om werkvormen waarin onderzoekers, professionals, mensen met een verstandelijke beperking en naasten elkaar ontmoeten, gezamenlijk reflecteren en samen betekenis geven aan kennis en ervaringen (Embregts, 2017).

In dit artikel beschrijven wij hoe binnen de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking (AWVB; Tranzo, Tilburg University) communities zijn ontwikkeld en al jarenlang worden ingezet als werkvorm om kennisdeling te bevorderen. We gaan kort in op de theoretische achtergrond van communities, de wijze waarop deze binnen de AWVB zijn ingericht en de ervaringen van deelnemers. Daarnaast beschrijven we wat volgens deelnemers werkt en waar nog aandachtspunten zijn. Het doel van dit artikel is niet om uitspraken te doen over effecten op zorguitkomsten, maar om inzicht te geven in hoe communities in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking vorm kunnen krijgen, hoe zij bijdragen aan het samenbrengen van wetenschap en praktijk en aan de waarde die deelnemers hieraan toekennen.

 

Communities

Communities zijn groepen mensen die zich bezighouden met hetzelfde vraagstuk, dezelfde interesse of een vergelijkbare beroepspraktijk. Door regelmatig met elkaar in contact te komen, leren zij van elkaars ervaringen en verbeteren zij gezamenlijk hun manier van werken (Wenger, 2015). Leren vindt hierbij niet los van de dagelijkse praktijk plaats, maar juist in sociale interactie, door het uitwisselen van ervaringen en het gezamenlijk reflecteren op handelen. Dit maakt communities anders dan traditionele vormen van scholing, waarin kennis vaak via trainingen of cursussen wordt overgedragen en de toepassing in de praktijk grotendeels bij de individuele professional ligt. Wenger (2015) onderscheidt drie elementen die samen een community vormen:

  • Het domein betreft het gedeelde onderwerp of vraagstuk dat de deelnemers verbindt en richting geeft aan de activiteiten.
  • De community bestaat uit de groep mensen die elkaar ontmoeten, met elkaar in gesprek gaan en relaties opbouwen op basis van wederzijds vertrouwen.
  • De praktijk omvat gedeelde kennis, vaardigheden, verhalen, hulpmiddelen en routines die in de loop van de tijd gezamenlijk worden ontwikkeld.

Deze drie elementen versterken elkaar en vormen samen de basis voor duurzaam en praktijkgericht leren.

Binnen een community draait het om het samen betekenis geven aan kennis en ervaringen. Wetenschappelijke inzichten worden niet gezien als kant-en-klare antwoorden, maar als materiaal voor dialoog en reflectie (Wenger, 1999; Wenger et al., 2002). Daarnaast is er volop ruimte voor impliciete kennis uit de praktijk (professionele kennis) en voor de ervaringskennis van mensen met een verstandelijke beperking, en hun naasten. Deze kennis is vaak moeilijk in professionele termen te vangen, maar is essentieel voor het goed begrijpen en toepassen van kennis in de dagelijkse zorgpraktijk (Bisschops et al., 2023; Li et al., 2009).

Juist de wisselwerking tussen deze verschillende kennisbronnen maakt communities zo waardevol in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Zorgverlening is hier sterk afhankelijk van de context, en professionele beslissingen kunnen niet altijd vastgelegd worden in protocollen of richtlijnen. Eerder onderzoek laat zien dat deelname aan communities kan bijdragen aan het versterken van competenties, het bevorderen van reflectie en probleemoplossend vermogen en het ondersteunen van veranderingen op organisatieniveau (Barbour et al., 2018; Ranmuthugala et al., 2011). In diverse sectoren zijn communities inmiddels een erkende leer- en samenwerkingsvorm, zowel offline als online (Nicolini et al., 2022; Orrego et al., 2022). Hoewel er nog maar weinig onderzoek is verricht naar communities in de langdurige zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, tonen recente studies aan dat ze bijdragen aan het expliciteren van impliciete kennis, het delen van ervaringen met implementatie en het identificeren van factoren die veranderingen bevorderen of juist blokkeren (Bisschops et al., 2023, 2024, 2025; Embregts et al., 2026).

Oorspronkelijk waren communities vooral fysieke bijeenkomsten, maar met de opkomst van digitale tools zijn er nieuwe mogelijkheden voor samenwerking. Online communities bieden voordelen zoals betere toegankelijkheid en flexibiliteit, maar brengen ook uitdagingen met zich mee op het gebied van betrokkenheid en interactie (Bermejo-Caja et al., 2019; Orrego et al., 2022). Actieve participatie is essentieel voor het functioneren van online communities; zonder voldoende betrokkenheid neemt de kwaliteit van kennisuitwisseling snel af (Abedini et al., 2021). Dit benadrukt het belang van een doordachte opzet van communities, die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van deelnemers. Deze kenmerken sluiten goed aan bij de uitgangspunten van de AWVB, waarin gelijkwaardige samenwerking, gezamenlijke reflectie en het verbinden van verschillende kennisbronnen centraal staan.

 

Communities binnen de AWVB

Binnen de AWVB is de samenwerking tussen wetenschap en praktijk stevig verankerd. Het is een duurzaam samenwerkingsverband tussen Tilburg University, veertien zorgorganisaties en de landelijke belangenvereniging LFB voor en door mensen met een verstandelijke beperking. In dit samenwerkingsverband werken onderzoekers, zorgprofessionals, onderwijsprofessionals, ervaringsdeskundigen en naasten samen. Het gezamenlijke doel is om zorg en ondersteuning te verbeteren, met bijzondere aandacht voor het ontwikkelen, delen en implementeren van kennis.

Een belangrijk uitgangspunt binnen de AWVB is dat kennisontwikkeling en kennisbenutting elkaar versterken. Praktijkvragen vormen het vertrekpunt voor onderzoek, en resultaten van onderzoek worden voortdurend getoetst aan de dagelijkse praktijk. Communities spelen een rol binnen de AWVB om deze wisselwerking concreet vorm te geven. Zij bieden een structurele context waarin wetenschappelijke kennis, praktijkervaringen en ervaringskennis van mensen met een verstandelijke beperking en naasten samenkomen en gezamenlijk worden geïnterpreteerd.

Ontstaan en ontwikkeling

De eerste ervaringen met communities binnen de AWVB gaan terug tot 2014. De eerste community richtte zich op het trainen en coachen van medewerkers in het primaire zorgproces. Deze community bracht onderzoekers en zorgprofessionals van partnerorganisaties samen rond dit thema. De community fungeerde als verbinding tussen wetenschap en praktijk, en was gericht op het samen verkennen van praktijkuitdagingen en mogelijke oplossingen. Kenmerkend voor deze aanpak was dat de inhoud van de bijeenkomsten niet volledig vooraf werd bepaald, maar organisch groeide op basis van input en vragen van deelnemers.

Deelnemers waardeerden met name de focus op concrete praktijktoepassingen, de inspiratie die voortkwam uit het delen van ervaringen waarbij onderzoekers hun wetenschappelijke inzichten koppelden aan de praktijk. Uit de evaluatie van deze community bleek dat de resultaten te groeperen waren rond verschillende samenhangende thema’s. Deelnemers benoemden dat het belangrijk was praktijkervaringen expliciet te verbinden met wetenschappelijke kennis, nieuwe inzichten te krijgen in het eigen handelen en dat van anderen, en samen te leren van en met professionals uit andere organisaties. De community werd ook ervaren als een bron voor inspiratie en herkenning. Deelnemers vonden steun in het formuleren en aanscherpen van praktijkuitdagingen en het opstellen van actieplannen voor hun eigen organisatie. Daarnaast ontstond er steeds meer duidelijkheid over de vorm en werkwijze van de community, wat bijdroeg aan een gedeeld begrip van hoe kennisdeling en -benutting in deze context het beste vorm kon krijgen.

De inzichten die uit deze eerste community voortkwamen, vormden de basis voor de doorontwikkeling van communities binnen de AWVB.

Huidige communities en werkwijze

Binnen de AWVB zijn momenteel vijf (online) communities ingericht op de thema’s mensen met een ernstig verstandelijke en meervoudige beperking, Familie, eHealth, Eigen Regie & Ervaringsdeskundigheid en Complexe Zorg. Deze thema’s sluiten nauw aan bij actuele en urgente vraagstukken in de zorgpraktijk én bij lopend onderzoek binnen de AWVB. De communities komen periodiek bijeen en zijn, mede ingegeven door de start tijdens de coronapandemie, primair online georganiseerd. Dit maakt het mogelijk om deel te nemen vanuit verschillende geografische regio’s en verlaagt de drempel voor actieve deelname.

Deelname aan de communities is voorbehouden aan medewerkers, naasten en mensen met een verstandelijke beperking van de partnerorganisaties van de AWVB. De diversiteit aan rollen, perspectieven en ervaringsachtergronden binnen de communities zorgt voor een rijke en waardevolle uitwisseling van kennis en inzichten. Binnen elke community is ruimte voor zowel vaste deelnemers als deelnemers die aansluiten op basis van specifieke interesse, expertise of actuele vraagstukken in hun praktijk.

De bijeenkomsten hebben een duidelijke en herkenbare structuur. Meestal begint een bijeenkomst met een korte presentatie door een onderzoeker over lopend of recent afgerond onderzoek. Dit dient als startpunt voor dialoog en reflectie. In sommige gevallen kan een praktijkvraag of casus, vaak ingebracht door de deelnemers zelf, het vertrekpunt zijn van de bijeenkomst. Vervolgens worden deelnemers uitgenodigd om te reageren vanuit hun eigen praktijkervaring, ervaringsdeskundigheid of rol als naaste. Onderzoekers stellen gerichte vragen om samen te verkennen hoe onderzoeksresultaten kunnen worden geduid, vertaald en toegepast in de dagelijkse praktijk. Bij voorkeur wordt gewerkt met interactieve werkvormen, zoals stellingen of casuïstiek, om verschillende perspectieven expliciet en zichtbaar te maken.

Een illustratief voorbeeld van hoe deze werkwijze er in de praktijk uitziet, komt uit de EMB-community. Tijdens een online bijeenkomst werd in twee subgroepen gewerkt aan een gezamenlijk praktijkvraagstuk. De deelnemers brachten via digitale post-its hun ervaringen, vragen en ideeën in. Deze interactieve uitwisseling leidde niet alleen tot gezamenlijke reflectie, maar ook tot het initiatief om een vaste klankbordgroep te vormen. Deze klankbordgroep fungeert sindsdien als laagdrempelige plek voor het uitwisselen van ervaringen en het toetsen van onderzoeksideeën en praktijkontwikkelingen. Dit voorbeeld laat zien hoe communities, vanuit concrete interactie, kunnen uitgroeien tot duurzame vormen van samenwerking die verder reiken dan individuele bijeenkomsten.

Deelnemers aan de communities kunnen op verschillende manieren bijdragen. We schetsen een illustratief voorbeeld uit de community Familie. Tijdens de bijeenkomsten van deze community schuiven naast onderzoekers ook zorgprofessionals en naasten van mensen met een verstandelijke beperking aan. In plaats van het bespreken van onderzoeksvoorstellen in technische termen, worden lopende of geplande onderzoeken geïntroduceerd met herkenbare situaties uit de praktijk.

Een onderzoeker licht een onderwerp toe dat belangrijk kan zijn voor naasten en professionals. Naasten reageren vanuit hun eigen ervaringen en benoemen wat zij in de dagelijkse praktijk tegenkomen, welke vragen zij hebben en waar zij behoefte aan hebben in de samenwerking met zorgprofessionals. Zorgprofessionals reageren door te reflecteren op hoe zij families betrekken in de ondersteuning, wat goed gaat in de praktijk en waar zij tegen grenzen aanlopen. Dit gesprek maakt zichtbaar hoe verschillende perspectieven elkaar aanvullen en soms ook botsen, en helpt bij het formuleren van gezamenlijke uitgangspunten.

Deze uitwisseling leidt regelmatig tot het aanscherpen van onderzoeksvragen en het leggen van andere accenten. Zo wordt duidelijk welke vormen van familieparticipatie als ondersteunend worden ervaren en welke juist extra belasting kunnen veroorzaken, zowel voor naasten als voor professionals. De deelnemers oordelen niet over de onderzoeksopzet, maar dragen bij door hun ervarings- en praktijkkennis te koppelen aan wetenschappelijke vragen. De community fungeert als een plek waar onderzoekstaal wordt vertaald naar de dagelijkse werkelijkheid van naasten én zorgprofessionals, en waar samen wordt verkend hoe onderzoek beter kan aansluiten bij hun behoeften en mogelijkheden.

Ook in de community eHealth staat de wisselwerking tussen wetenschappelijke kennis, praktijkervaringen en ervaringskennis centraal. Deze uitwisseling richt zich op digitale innovaties en hoe deze toepasbaar zijn in de dagelijkse zorgpraktijk. Tijdens bijeenkomsten worden nieuwe of bestaande eHealth-toepassingen besproken aan de hand van concrete gebruikssituaties. In plaats van technische specificaties of onderzoeksdocumenten staan vragen centraal als: Wanneer werkt dit wel in de praktijk? En wat maakt dat medewerkers of cliënten afhaken? Zorgprofessionals delen hun ervaringen met het inzetten van eHealth in de zorg, bijvoorbeeld wanneer een digitale tool extra tijd kost, niet goed aansluit bij werkprocessen of niet past bij de vaardigheden van cliënten. Naasten delen hun ervaringen over hoe zij het gebruik van technologie beleven, wat voor hen begrijpelijk is en wat verwarring of weerstand oproept. Deze praktijkervaringen worden door onderzoekers benut om aannames te toetsen, onderzoeksvragen te verfijnen en te begrijpen welke randvoorwaarden nodig zijn voor succesvolle implementatie. De community biedt een setting waarin onderzoek niet wordt beoordeeld op methodologische details, maar waar gezamenlijk wordt onderzocht hoe digitale innovaties betekenisvol en bruikbaar kunnen zijn in de dagelijkse zorgpraktijk.

Samen laten deze voorbeelden zien hoe communities functioneren als plekken waar verschillende perspectieven niet alleen worden gedeeld, maar ook actief benut om onderzoek en praktijk dichter bij elkaar te brengen. Onderzoekers brengen wetenschappelijke kennis en onderzoeksinzichten in, terwijl zorgprofessionals, ervaringsdeskundigen en naasten hun praktijk- en ervaringskennis delen. Deze gelijkwaardige positionering draagt bij aan een open, stimulerend leerklimaat waarin deelnemers zich uitgenodigd en gemotiveerd voelen om actief bij te dragen aan kennisontwikkeling en -deling.

 

Evaluatie van de communities: ervaringen van deelnemers

Om inzicht te krijgen in de meerwaarde van de communities en mogelijke verbeterpunten is een verkennende evaluatie uitgevoerd. Achttien respondenten namen deel aan deze evaluatie, waaronder vier mannen en veertien vrouwen. Twee respondenten waren naasten van een persoon met een verstandelijke beperking en werkten als belangenbehartiger bij een partnerorganisatie van de AWVB. De overige deelnemers waren zorgprofessionals, voornamelijk gedragsdeskundigen, teamleiders en managers, eveneens werkzaam bij partnerorganisaties van de AWVB. Eén respondent vervulde zowel de rol van naaste als zorgprofessional. Vier communities waren vertegenwoordigd: eHealth (n = 2), Complexe Zorg (n = 3), EMB (n = 6) en Familie (n = 7).

Redenen voor deelname

Deelnemers gaven verschillende redenen aan om deel te nemen aan een community. Sommigen werden door collega’s gewezen op de bijeenkomsten, terwijl anderen aansloten uit persoonlijke interesse, nieuwsgierigheid of omdat het thema goed aansloot bij hun werkzaamheden. Het idee om van elkaar te leren en verschillende perspectieven te horen, werd door velen als belangrijk motief genoemd. Daarnaast zagen deelnemers de community als een waardevolle kans om eigen ervaringen te delen, mee te denken over ontwikkelingen in de zorg en gezamenlijk te zoeken naar oplossingen voor praktijkvraagstukken. Deze uiteenlopende motieven laten zien dat de communities niet alleen worden ervaren als leeromgeving, maar ook als een plek voor ontmoeting en gezamenlijke reflectie.

Ook de wens om bij te dragen aan onderzoek en de verbinding tussen wetenschap en praktijk te versterken, werd door verschillende deelnemers genoemd als motivatie. Deelname aan de community werd bovendien gezien als een manier om kennis te vergaren, bij te blijven bij actuele ontwikkelingen en respondenten hoopten ook contacten op te bouwen met collega’s uit andere zorgorganisaties.

Ervaren waarde van deelname

Deelnemers gaven aan dat deelname aan de communities verschillende opbrengsten opleverde. Zij noemden onder andere het opdoen van nieuwe kennis, herkenning van eigen ervaringen, bewustwording en inspiratie. Het delen van ervaringen met deelnemers uit andere organisaties droeg bij aan wederzijds begrip en het verbreden van perspectieven. Daarnaast werd de community gezien als een ontmoetingsplek voor gelijkgestemden en als een manier om het professionele netwerk uit te breiden. Dit wijst erop dat de waarde van de community niet uitsluitend ligt in kennisoverdracht, maar vooral in het gezamenlijke leerproces en de onderlinge uitwisseling.

De community bood deelnemers daadwerkelijk de mogelijkheid om actief bij te dragen aan onderzoek, bijvoorbeeld door feedback te geven op een onderzoeksopzet of bij te dragen aan de interpretatie van onderzoeksresultaten. Dit versterkte het gevoel van betrokkenheid en eigenaarschap over het onderzoeksproces. De wisselwerking tussen onderzoek en praktijk werd daardoor niet alleen ervaren als kennisoverdracht, maar als een gezamenlijk ontwikkelproces.

Doorwerking en kennisdeling binnen organisaties

De meeste respondenten gaven aan de tijdens de community opgedane kennis actief te delen binnen hun organisatie. Dit gebeurde onder andere door collega’s, de cliëntenraad en naasten, te informeren en samen te verkennen hoe de kennis binnen de organisatie toepasbaar kon worden gemaakt. In sommige gevallen leidde dit er ook toe dat anderen zich aansloten bij de community, waardoor het bereik en de impact vergroot werden. Daarnaast haalden onderzoekers gedurende hun onderzoek actief feedback op bij deelnemers en werden onderzoeksresultaten teruggekoppeld en besproken. Dit zorgde ervoor dat het onderzoek beter kon aansluiten bij vragen en ervaringen uit de praktijk.

Werkzame elementen en aandachtspunten

De werkzame elementen die uit de evaluatie naar voren kwamen, kunnen grofweg worden onderverdeeld in drie clusters: (1) inhoud en voorbereiding, (2) vorm en interactie, en (3) inbedding en terugkoppeling.

  1. Het vooraf duidelijk formuleren van het thema, het doel en de verwachtingen werd als essentieel ervaren. Dit stelde deelnemers in staat zich goed voor te bereiden en gericht collega’s uit te nodigen. Ook het vooraf delen van informatie over het onderwerp werd als nuttig ervaren. Daarnaast benadrukten deelnemers het belang van aandacht voor actuele praktijkvragen, naast onderzoeksresultaten. Het vooraf ophalen van vragen of input bij deelnemers kan hieraan bijdragen.
  2. De online vorm van de bijeenkomsten via Microsoft Teams werd als laagdrempelig en praktisch ervaren. Sommige deelnemers gaven echter aan dat een combinatie met incidentele fysieke bijeenkomsten, bijvoorbeeld aan het einde van een onderzoeksproject of voor verdere verdieping, een waardevolle aanvulling kan zijn. Interactieve werkvormen, zoals discussies aan de hand van stellingen, droegen bij aan een actieve en dynamische sfeer. De diversiteit van deelnemers, afkomstig uit verschillende organisaties en met verschillende functies en rollen, werd als een belangrijke meerwaarde ervaren.
  3. Tot slot gaven de deelnemers aan dat structurele terugkoppeling belangrijk is, bijvoorbeeld in de vorm van een samenvatting of presentatie. Zo blijven de opbrengsten niet beperkt tot de community, maar kunnen ze ook breder binnen organisaties worden benut en besproken.

 

Reflectie en conclusie

De ervaringen binnen de AWVB laten zien dat communities door deelnemers worden ervaren als een waardevolle werkvorm voor kennisdeling, reflectie en ontmoeting. Communities bieden een platform waar zorgprofessionals, onderzoekers, ervaringsdeskundigen en naasten gezamenlijk betekenis kunnen geven aan kennis en ervaringen, en waar ruimte is voor dialoog over de toepasbaarheid van onderzoeksresultaten in de dagelijkse praktijk.

De beschreven evaluatie is echter een verkennende en voornamelijk kwalitatieve studie, gericht op ervaren meerwaarde en werkzame elementen. Op basis hiervan kunnen geen uitspraken worden gedaan over de daadwerkelijke effecten van communities op zorguitkomsten of organisatieverandering. Vervolgonderzoek is nodig om deze effecten systematisch in kaart te brengen en om beter te begrijpen hoe communities duurzaam kunnen worden ingebed in organisaties en bredere kennisinfrastructuren.

Voor de praktijk suggereren de bevindingen dat communities vooral kansrijk zijn wanneer zij goed voorbereid, doelgericht worden ingericht, interactief van aard zijn en actief worden verbonden met de dagelijkse zorgpraktijk. Structurele terugkoppeling van opbrengsten binnen en buiten de community lijkt daarbij een belangrijke voorwaarde voor duurzame impact.

 

Over de auteurs

De auteurs werken als onderzoekers bij de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking, Tranzo, Tilburg School of Social and Behavioral Sciences, Tilburg University. p.j.c.m.embregts@tilburguniversity.edu.

 

Referenties

Abedini, A., Abedin, B., & Zowghi, D. (2021). Adult learning in online communities of practice: A systematic review. British Journal of Educational Technology, 52, 1663-1694.

Barbour, L., Armstrong, R., Condron, P., & Palermo, C. (2018). Communities of practice to improve public health outcomes: a systematic review. Journal of Knowledge Management, 22, 326-343.

Bermejo-Caja, C.J., Koatz, D., Orrego, C., Perestelo-Pérez, L., González-González, A.I., Ballester, M., Pacheco-Huergo, V., Rey-Granado, Y. del, Martínez-Marcos, M., & e-MPODERA group (2019). Acceptability and feasibility of a virtual community of practice to primary care professionals regarding patient empowerment: a qualitative pilot study. BMC Health Services Research, 19, 1-10.

Bisschops, E.H., Schipper, J.C. de, Salhi, Z., Embregts, P.J.C.M., & Schuengel, C. (2024). Communities of practice for implementing methods to reduce involuntary care in intellectual disability care: Insights from tacit and experiential knowledge exchange. Journal of Intellectual & Developmental Disability, 49, 286-297.

Bisschops, E.H., Frielink, N., de Schipper, J.C., Schuengel, C., & Embregts, P.J. (2025). Evaluating a virtual community‐of‐practice as implementation strategy for the needs assessment framework in intellectual disability care: a quasi‐experimental multi‐methods study. Journal of Applied Research in Intellectual Disabilities, 38, e70007.

Drahota, A., Meza, R.D., Brikho, B., Naaf, M., Estabillo, J.A., Gomez, E.D., & Aarons, G.A. (2016). Community-academic partnerships: A systematic review of the state of the literature and recommendations for future research. Milbank Quarterly, 94, 163-214.

Embregts, P.J.C.M. (2017). Kennisontwikkeling en kennisdeling in gelijkwaardige verbinding tussen praktijk en wetenschap. Nederlands Tijdschrift voor Zorg aan Mensen met Verstandelijke Beperkingen, 3, 219-226.

Embregts, P.J.C.M. (2018). In verbinding onderzoek doen. Rede uitgesproken op 22 maart 2018 te Den Bosch bij de uitreiking van de Ds. Visscherprijs 2018. Nederlands Tijdschrift voor Zorg aan Mensen met Verstandelijke Beperkingen, 2, 119-123.

Embregts, P.J.C.M., Widdershoven, S., Lokman, S., van Hoof., F., de Werdt, L., & Frielink, N. (2026). From needs to action: Implementing a direct support staff intervention in services for people with intellectual disabilities and challenging behaviour using the ItFits framework [Manuscript ingediend voor publicatie].

Kersten, M., Taminiau, E., Weggeman, M., & Embregts, P. (2022). Motives and strategies of CEOs for stimulating sharing and application of knowledge in the care and support for people with intellectual disabilities. Journal of Knowledge Management, 26(11), 114-141.

Li, L.C., Grimshaw, J.M., Nielsen, C., Judd, M., Coyte, P.C., & Graham, I.D. (2009). Evolution of Wenger's concept of community of practice. Implementation Science, 4(1), 11.

Nicolini, D., Pyrko, I., Omidvar, O., & Spanellis, A. (2022). Understanding communities of practice: Taking stock and moving forward. Academy of Management Annals, 16, 680-718.

Orrego, C., Perestelo-Pérez, L., González-González, A.I., Ballester-Santiago, M., Koatz, D., Pacheco-Huergo, V., Rivero-Santana, A., Ramos-Garcia, V., Fernández, N.M., Torres-Castaño, A. & Bermejo-Caja, C. (2022). A virtual community of practice to improve primary health care professionals’ attitudes toward patient empowerment (e-MPODERA): A cluster randomized trial. The Annals of Family Medicine, 20, 204-210.

Ranmuthugala, G., Plumb, J.J., Cunningham, F.C., Georgiou, A., Westbrook, J.I., & Braithwaite, J. (2011). How and why are communities of practice established in the healthcare sector? A systematic review of the literature. BMC Health Services Research, 11(1), 273.

Wenger, E. (1999). Communities of practice: Learning, meaning, and identity. Cambridge University Press.

Wenger, E. (2015). Communities of practice: A brief introduction. 1–7. https://www.ewenger.com/theory/

Wenger, E., McDermott, R.A., & Snyder, W. (2002). Cultivating communities of practice: A guide to managing knowledge. Harvard Business Press.