Een theoretische verdieping op het thema partnerschap tussen ouders, jeugdigen en professionals in de jeugdhulpverlening
Samenvatting
Het doel van deze studie1 is een bijdrage te leveren aan een beter begrip van samenwerking en partnerschap tussen ouders, jeugdigen en professionals in de jeugdhulpverlening. Daartoe is een bestaand analytisch kader voor interprofessionele samenwerking in het onderwijs (Gerdes, 2021) toegepast op 70 interviews met ouders, jeugdigen en professionals in de jeugdhulpverlening. Zij werden bevraagd op relatie, communicatie, zeggenschap over hulp, eigen stem van jeugdigen en eigen regie van ouders. Citaten uit verschillende sectoren van de jeugdhulpverlening illustreren hoe men samenwerkt en wanneer er daadwerkelijk sprake is van partnerschap in deze samenwerking. Deze illustratieve voorbeelden dragen bij aan de begripsvorming rond samenwerking en partnerschap en leveren handelingsaanbevelingen voor de praktijk.
Uit de resultaten blijkt dat het voor de begripsvorming rond partnerschap helpt om een onderscheid te maken in niveaus van samenwerking. Samenwerking kan ook ontbreken. Dan is de relatie wel goed, maar geven ouders en jeugdigen de regie uit handen (‘zeg jij het maar’). Een goede relatie hebben is een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde voor partnerschap. De onderlinge communicatie verdient aandacht. Op verschillende niveaus van samenwerking komt eenzijdige communicatie voor zonder dat er sprake is van afstemming. Ook het afstemmen over hulp blijkt meer aandacht te behoeven. Ouders vinden een handtekening zetten onder een behandelplan al een teken van goede samenwerking, terwijl dit eigenlijk de formele bekrachtiging van een uitgebreider overlegtraject zou moeten zijn. Het is lastig voor professionals om ouders en jeugdigen zeggenschap te geven over de hulp. Veelal hebben zij wel enige zeggenschap, maar uiteindelijk bepaalt de professional. Hulpverleners zouden de eigen stem van jeugdigen sterker moeten stimuleren en daarbij oog moeten hebben voor jeugdigen die niet willen deelnemen aan overleg over hun behandeling. Continue afstemming met hen is cruciaal.
Kernwoorden: partnerschap met ouders, jeugdigen en hulpverleners, samenwerking, ambulante jeugdhulp, dagbehandeling, residentiële jeugdzorg
Over de auteurs
Willemijn Balk MA is docent-onderzoeker bij Fontys Pedagogiek in Eindhoven. E-mail: w.balk@fontys.nl.
Dr. Hélène Leenders is geassocieerd lector bij Fontys Pedagogiek in Tilburg en verbonden aan het Kenniscentrum Youth Education for Society van Fontys Hogescholen. E-mail: h.leenders@fontys.nl.
Dr. Johan de Jong is docent-onderzoeker bij Fontys Pedagogiek in Sittard. E-mail: j.dejong-ab@fontys.nl.
Praktijklessen
- Geef jeugdigen en ouders een duidelijke plek aan de overlegtafel wanneer het gaat om beslissingen over hun hulp en blijf voortdurend met hen afstemmen.
- Betrek ouders van kinderen die niet meer thuis wonen bij de dagelijkse gang van zaken op de groep, om hen betrokken te houden bij het opvoeden en opgroeien van hun kind.
- Voor alle bovenstaande punten geldt dat dit extra aandacht vraagt van professionals bij kwetsbare jeugdigen en ouders (bijvoorbeeld LVB).