Een kwalitatief onderzoek naar de beleving en de gevolgen voor het leven van ouders en hun kinderen
Samenvatting
Ouderverstoting wordt omschreven als een gezinsdynamiek na echtscheiding, waarin één ouder zich gedraagt op een manier die aanzet tot de ongegronde emotionele afwijzing door een kind van de andere ouder. Het adequaat inschatten van de concrete situatie en hoe hiermee om te gaan, vormen belangrijke uitdagingen voor het werkveld. In de realiteit is het niet steeds eenvoudig voor professionals binnen de hulpverlening en binnen justitie om in de context van een hoog-conflictueuze echtscheiding het waarheidsgehalte van beschuldigingen en tegenbeschuldigingen tussen ouders te achterhalen, waarbij de inzet van de strijd niet zelden het kind is.
Aan de hand van een kwalitatief onderzoek werden 37 diepte-interviews afgenomen bij gescheiden ouders die geconfronteerd werden met ouderverstoting. De data werden thematisch geanalyseerd met aandacht voor terugkerende ervaringen, gevoelens en contextfactoren. Uit de interviews blijkt dat ouders ouderverstoting ervaren als een vorm van levende rouw. Het wordt tevens gekenmerkt door gevoelens van machteloosheid, verbittering, sociaal isolement en verlies van identiteit en het gaat dikwijls gepaard met ernstige financiële druk. Tegelijk botsen de geïnterviewden op een hulp- en rechtssysteem dat veelvuldig tekortschiet, weinig afgestemd is en onvoldoende kennis heeft over het thema. Soms zien we ook veerkracht bij de respondenten door contacten met lotgenoten en neutrale hulpverleners. Er wordt gewezen op de behoefte aan deskundige en contextgevoelige ondersteuning die gericht is op de bescherming van het kind, het herstel van relaties en de erkenning van de ouderrol.
Ouderverstoting binnen hoog-conflictueuze scheidingen blijkt een complexe en ingrijpende dynamiek met ernstige gevolgen voor ouders en kinderen te zijn. De bevindingen wijzen op belangrijke tekortkomingen in hulpverlening en justitie en onderstrepen de nood aan deskundige, contextgevoelige en kindgerichte interventies om verdere schade te voorkomen en herstel mogelijk te maken.
Kernwoorden: kindermishandeling, kindonthullingen, ouderverstoting
Over de auteurs
Stefaan Boel is kinderpsychotherapeut. Hij studeerde klinische psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en behaalde het European Certificate of Psychotherapy. Hij is als doctoraatsonderzoeker verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. E-mail: info@stefaanboel.be.
Sara Mertens is klinisch orthopedagoog.
Sarah De Pauw is professor Orthopedagogiek aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Wouter Vanderplasschen is professor Orthopedagogiek en voorzitter aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Praktijklessen
- Ouderverstoting is een vorm van psychische kindermishandeling die ouders in een permanente staat van rouw zet. Het verlies van contact wordt ervaren als een voortdurende existentiële breuk.
- De stem van het kind wordt te weinig gehoord en daardoor onvoldoende beschermd. Kinderen blijven onzichtbaar, ondanks hun centrale rol en kwetsbaarheid.
- Een gebrek aan deskundigheid, neutraliteit en samenwerking onder professionals kan leiden tot ernstige beoordelingsfouten. Tunnelvisie en foutieve verslaggeving veroorzaken grote schade voor alle betrokkenen.
- Het juridisch en hulpverleningslandschap is versnipperd, traag en financieel uitputtend voor ouders. Ouders voelen zich alleen, onbegrepen en structureel niet ondersteund.
- Contactherstel vraagt veilige ruimte, relationeel inzicht en professionele coördinatie. Herstel kan pas wanneer het kind beschermd wordt en professionals patronen durven te benoemen.
Inleiding
In België eindigt ongeveer een op de drie huwelijken in een echtscheiding. Volgens het tien jaar oude SiV-onderzoek (Scheidingen in Vlaanderen) is de prevalentie van een vermoeden van ouderverstoting relatief laag, maar wel duidelijk aanwezig. Zo geeft 2,2% van de vaders aan dat hun kind hen niet meer wil of mag zien, terwijl 4,4% van de kinderen rapporteert geen contact meer te hebben met de vader om die reden; voor moederverstoting gaat het om respectievelijk 0,45% van de moeders en 0,6% van de kinderen. Hoewel deze percentages laag lijken, zijn ze niet verwaarloosbaar gezien de ingrijpende impact op zowel het kind als de ouder, temeer omdat ouderverstoting doorgaans ontstaat binnen een complexe en emotioneel beladen gezinssituatie (Bastaits et al., 2016).
Het begrip ‘ouderverstoting’, ook ‘oudervervreemding’ genoemd, kent in de Engelstalige literatuur twee vertalingen met elk een verschillende connotatie: ‘parental alienation’ (PA) en ‘realistic estrangement’ (RE). Ouderverstoting met de connotatie ‘oudervervreemding’ (PA), wat in dit artikel wordt onderzocht, is de gezinsdynamiek, waarin de ene ouder zich gedraagt op een manier die de ongegronde emotionele afwijzing door een kind van de andere ouder aanzet (het kind wordt bijvoorbeeld gemanipuleerd of geïndoctrineerd door de ene ouder om de andere ouder ‘slecht’ te vinden). Dit proces wordt beschouwd als een complexe vorm van psychologische kindermishandeling, met aanzienlijke negatieve gevolgen voor het kind (Kruk, 2018; Von Boch-Galhau, 2018). Onder ouderverstoting met de connotatie ‘realistische vervreemding’ (RE), verstaat men de afwijzing door een kind van een ouder mét een geldige reden (bijvoorbeeld in het geval van kindermishandeling).
Volgens Garber (2020) is het accurater om ouderverstoting te conceptualiseren als een relationele dynamiek die in principe ruimte laat voor herstel op langere termijn, eerder dan als een vaststaande diagnose van een eenzijdige afwijzing van een ouder door het kind, zoals de term ‘verstoting’ suggereert. Om van ‘ouderverstoting’ te kunnen spreken, dient sprake te zijn van een doorgedreven manipulatie (‘brainwashing’ of ‘indoctrinatie’) door een van de ouders van het kind, evenals een zekere ontvankelijkheid van het kind voor deze manipulatie, en volledige afwezigheid van mishandelend of misdadig gedrag bij de andere (‘verstoten’) ouder: de ‘ouderverstoting’ ontstaat dus niet louter vanuit het kind zelf (Bernet et al., 2021).
De traumatisering die kindermishandeling veroorzaakt, kan ook leiden tot een verstoorde gehechtheid bij kinderen (Van Gemert, 2019): Het laat diepe en blijvende effecten achter op de ontwikkeling van een kind. Het kan leiden tot onveilige gehechtheidspatronen zoals angstige, vermijdende of gedesorganiseerde hechting (Maguire et al., 2020). Deze gehechtheidsproblemen ontstaan doordat mishandelde kinderen vaak inconsistente of negatieve reacties van volwassenen ervaren, wat hun vertrouwen en gevoel van veiligheid ondermijnt (Schuengel et al., 2019). Het gebrek aan een stabiele en veilige basis maakt het voor kinderen moeilijk om gezonde emotionele en sociale relaties op te bouwen, wat essentieel is voor hun algehele ontwikkeling.
Ouderverstoting als vorm van kindermishandeling
Het Adverse Childhood Experiences (ACE)-onderzoek van Felitti et al. (1998) verwijst naar de samenhang van negatieve ervaringen in de kindertijd met gezondheids- en welzijnsindicatoren in de volwassenheid. De deelnemers uit deze studie werden langdurig opgevolgd, ondergingen allen een lichamelijk onderzoek en verstrekten gedetailleerde informatie over ervaringen uit hun kindertijd inzake mishandeling, verwaarlozing en familiale dysfunctie. Vele wetenschappelijke artikelen zijn hieromtrent gepubliceerd. De studies tonen aan dat een trauma tijdens de kindertijd tot negatieve ervaringen gedurende het hele leven van een kind kan leiden, waaronder alcohol- en drugsverslaving, depressie, zelfmoordpogingen, hart- en vaatziekten, kanker en chronische longziekten (Wouters et al., 2024). Een jeugdtrauma is ook in verband gebracht met vroegtijdige veroudering, cognitieve tekorten en verslechtering van het immuunsysteem. Voorts werd er aangetoond dat emotioneel misbruik leidt tot een verhoogd risico op het ontwikkelen van psychische stoornissen, waaronder schizofrenie (Felitti, 2019).
Terwijl de strijd tussen de ouders centraal staat bij een vechtscheiding, worden de ervaringen van de kinderen vaak genegeerd of zijdelings bekeken (Fidler & Bala, 2010). Een ouder verstoten beïnvloedt de emotionele en sociale ontwikkeling van een kind. Het zorgt ervoor dat een kind moeizamer ontwikkelt op deze niveaus. Het kind krijgt van de ene ouder te horen dat het niet van de andere ouder mag houden (Haarsma, 2021). Een ouder die een kind beïnvloedt om geen contact te hebben met de ex-partner maakt vaak gebruik van onder meer de volgende handelingen: de ouder praat slecht over de ex-partner tegen het kind, de ouder beperkt alle vormen van contact tussen de ex-partner en het kind, de ouder houdt informatie waar het kind recht op heeft achter, de ouder manipuleert het kind emotioneel, de ouder beweert zonder degelijke argumentatie dat er sprake is van misbruik door de andere ouder en creëert bij het kind het beeld dat de andere ouder het kind niet graag ziet en gevaarlijk is (Dijkstra, 2016). Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) stelt dat wanneer er een contactbreuk ontstaat in een echtscheiding er ernstige lichamelijke en/of psychologische gevolgen kunnen ontwikkelen in het leven van het kind.
Doel van het onderzoek
Dit onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in hoe gescheiden ouders die zich ‘verstoten’ voelen, een contactbreuk met hun kinderen beleven. We onderzoeken welke impact deze breuk heeft op hun leven en op dat van hun kinderen. Daarnaast analyseren we het traject dat zij doorlopen binnen de hulpverlening en justitie. Tot slot brengen we in kaart welke noden en behoeften deze ouders formuleren en welke aanbevelingen zij doen voor een meer ondersteunende aanpak.
Methode
Onderzoeksopzet
In dit onderzoek maakten we gebruik van een verkennende en ervaringsgerichte onderzoekmethode, in dit geval een diepte-interview, waarbij ruimte wordt gegeven aan ouders om hun verhaal in eigen bewoordingen te vertellen. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in hoe ouders de ouderverstoting van hun kind(eren) ervaren. De impact op hun leven en dat van hun kind(eren), evenals de trajecten die zij doorlopen binnen hulpverlening en justitie. De semigestructureerde interviews bieden voldoende structuur om de onderzoeksvragen te beantwoorden, maar ze laten tegelijk voldoende ruimte voor persoonlijke invalshoeken.
Participanten
Voor de rekrutering van deelnemers werkten we samen met de Onafhankelijke Ombudsdienst Kinderrechten (vzw OOK). Een informatiebrief werd op hun website geplaatst met de uitnodiging om deel te nemen aan een kwalitatief onderzoek (goedkeuring Ethische Commissie Faculteit Psychologie & Pedagogische Wetenschappen UGent: 2024/125): individuele bevraging van de betrokkenen in verband met ouderverstoting door middel van een semigestructureerd interview.
Inclusiecriteria voor deelname aan het onderzoek waren de volgende: 1) participanten zijn de ouder van minstens één kind waarmee langdurig geen contact meer is; 2) de contactbreuk is ontstaan in het kader van een (conflictueuze) scheiding; 3) de ouder ervaart dat deze breuk niet vrijwillig of op eigen initiatief is ontstaan; en 4) de ouder is bereid om open en eerlijk te praten over deze ervaring.
Uitsluitingscriteria waren de volgende: de contactbreuk is ontstaan door ernstige mishandeling of seksueel misbruik door de ouder zelf; en ouders hebben uit eigen beweging het contact met hun kind stopgezet.
In totaal hebben 47 personen zich aangemeld om aan het onderzoek deel te nemen. Daarna zijn er tien onder hen toch nog afgehaakt. De centrale reden om uiteindelijk toch niet te participeren is angst, soms grote angst omwille van vermeende lekken binnen het onderzoek waarbij informatie bij hun juridische tegenpartij zou kunnen terechtkomen. Het opnieuw geconfronteerd worden met de traumatische gebeurtenissen is een bijkomende reden voor sommige ouders om niet deel te nemen.
“Mijn raadsman raadde mij aan om afzijdig te blijven gezien mijn medische toestand. Jeugdzorg is mededader van mijn vlugge achteruitgang/- ziekte, waarbij ik bij het praten over hun daden steeds zwaardere hartstoornissen krijg. Intussen lig ik al vier dagen te bed…”
Er werden in totaal 37 ouders geïnterviewd, 28 moeders en 9 vaders. De leeftijden variëren tussen de 30 en 68 jaar. De participanten wonen verspreid over de volgende provincies in België: Antwerpen (n=18), Vlaams-Brabant (n=6), Oost-Vlaanderen (n=4), West-Vlaanderen (n=4) en Limburg (n=3). Twee deelnemers wonen in Nederland.
Dataverzameling
De interviews vonden online plaats via Microsoft Teams of Google Meet en duurden tussen de 45 en 90 minuten. De deelnemers werden op willekeurige basis verdeeld over drie interviewers, masterstudenten Pedagogische Wetenschappen afstudeerrichting Klinische Orthopedagogiek en Disability Studies aan de UGent. Het online karakter verlaagde de drempel tot deelname en het bood ook de mogelijkheid het gesprek in een veilige en vertrouwde omgeving te voeren. Na een brede introductie, de ondertekening van een ‘informed consent’ formulier en uitleg over de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) werd het interview gestart met een open vraag naar het ontstaan en verloop van de contactbreuk. Vanuit die informatie werd er samen met de deelnemer dieper ingegaan op andere en bredere ervaringen. Gedurende het gesprek zijn schriftelijke notities gemaakt en is het interview opgenomen. De interviews zijn vervolgens uitgeschreven met behulp van de notities en het videomateriaal.
Data-analyse
De transcripties vormden de basis voor de analyse. Er is gekozen voor een thematische analyse waarbij betekenisvolle patronen of thema’s in de data worden geïdentificeerd (Verhoeven, 2023). De vooraf opgestelde onderzoeksvragen en deelvragen dienden als leidraad, terwijl er ook ruimte was voor nieuwe inzichten die in de interviews naar boven kwamen. De analyse verliep in verschillende stappen: vertrouwd raken met de data, coderen en thema’s clusteren. Een random selectie aan interviews werd door een co-onderzoeker geanalyseerd. Zo kwamen er een aantal thema’s en enkele subthema’s naar voren die in het volgend deel worden besproken. Citaten van participanten worden gebruikt ter verduidelijking en zorgen voor contextuele duiding om de impact en beleving van de ervaringen scherper te articuleren. Uit de analyse van de interviews kwamen zes thema’s naar voren die hierna uitgebreid worden toegelicht en worden geïllustreerd met citaten.
Resultaten
Ouderverstoting toont hoe relationele breuken niet alleen gezinnen maar ook systemen ontwrichten, wanneer wantrouwen en machteloosheid de plaats innemen van zorg en nuance. In dat spanningsveld dreigt vooral het kind zijn stem te verliezen, terwijl precies daar de grootste nood aan veiligheid en erkenning ligt.
Ontstaan van ouderverstoting
Ouders ervaren het proces van ongewenst contactverlies doorgaans als een erg pijnlijk traject. De oorsprong kan vaak worden teruggevonden in een complexe echtscheiding. Het proces van contactverlies ervaren de ouders als een abrupte gebeurtenis of als een sluipend proces van totstandkoming. Veelvuldig is er een katalysator die daarbij werkzaam is.
“Het feit van een nieuwe partner te hebben was voor mijn ex-man een rode lap, dan is de miserie begonnen.” (moeder)
Soms wordt er gekozen om een bemiddeling op te starten of de procedure voor een echtscheiding met onderlinge instemming te doorlopen. Dit leidde zo goed als nooit tot een duurzame oplossing.
Een vaak terugkerend thema is dat ouders zich ten onrechte beschuldigd voelen over ouderverstoting. Ze ervaren het als bijzonder kwetsend dat hun beschermende intenties ten opzichte van hun kind verkeerd worden geïnterpreteerd. Daarnaast roept het traject dat de ouders moeten doorlopen intense gevoelens van verdriet, frustratie en machteloosheid op. Ouders spreken over het voortdurend moeten bewijzen van hun competenties als ouders tegenover rechters, hulpverleners en hun eigen kinderen.
“Hoe situaties geframed worden: bewust een vals beeld schetsen over een persoon, waardoor verdenking op hem of haar valt. Ge vecht tegen beelden. Kinderen denken dan dat de andere ouder niet helemaal oké is in zijn of haar hoofd.” (vader)
Het verliezen van contact met hun kind(eren) gaat voor ouders om het wegvallen van gedeelde herinneringen, routines en verbondenheid. Zich beter voorbereiden is een les die wordt aangehaald. Men zou al die elementen moeten kennen die maken dat kinderen hun ouders gaan verstoten op een bepaald moment. Meer kennis is nodig wanneer men aan een echtscheiding begint.
“Bezint eer ge begint. Ge hebt meer kennis nodig als ge aan een scheiding begint. Alle hinderpalen. Alle gevaren. Men zou zich goed moeten voorbereiden. Dan zou men weten wat er gaat komen.” (moeder)
Professionele actoren en financiën
De deelnemers geven aan met verschillende instanties in aanraking te komen: familierechtbank, jeugdrechtbank, politie, jeugdhulp (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg, Vertrouwenscentrum Kindermishandeling), gerechtsdeskundigen, scholen, Centrum Algemeen Welzijnswerk, psychologen en bemiddelingsdiensten. Hulpverlening wordt als steunend ervaren als de persoon in kwestie zich neutraal opstelde. Toch blijken positieve ervaringen eerder zeldzaam. Wel zou dit bijdragen aan het herstelproces van de ouder naar instanties toe. Negatieve ervaringen zijn: onvoldoende kennis over het dossier, voorbarige conclusies, onvoldoende communicatie en weigeren om onderliggende problemen te benoemen. Een gebrek aan neutraliteit blijkt een cruciale reden voor ouders om een hulpverleningsrelatie stop te zetten.
“We zoeken evenwel niet naar de waarheid maar het is de beleving, vertelde die consulente doodleuk. Dit heeft me zo hard getroffen, want het heeft me jaren gekost om mijn beleving terug op orde te zetten.” (moeder)
Hulpverlening
De ouders botsen op een versnipperd hulpverleningslandschap. Daardoor dienen ze telkens opnieuw hun verhaal te vertellen en moeten ze steeds weer vertrouwen opbouwen. Dat werkt demotiverend.
“Men heeft een stempel op mij gezet. In het onderzoek heeft men nooit naar de feiten gekeken.” (moeder)
Ook geven de interviews weer dat er een gebrek aan samenwerking is tussen verschillende instanties. Ouders spreken daardoor ook over een gevoel van verlies aan continuïteit en een beperkte kennis over het dossier bij elke doorverwijzing of nieuwe tussenkomst. Ook het gemis aan ondersteuning van diensten wordt benadrukt.
Rapportering
Wanneer het over verslaggeving gaat die door betrokken instanties wordt gemaakt, geven de participanten weer dat deze vaak éénzijdig, onvolledig, soms pertinent foutief en onvoldoende genuanceerd wordt opgesteld.
“Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Elke keer moet je opnieuw je hele verhaal doen en telkens zitten er nieuwe mensen aan tafel die je dossier nauwelijks kennen.” (moeder)
Sommigen wijzen op het weglaten van cruciale informatie met mogelijk ernstige gevolgen voor de beoordeling van de situatie. Het woord ‘tunnelvisie’ wordt veelvuldig gebruikt. Dit gebrek aan erkenning en correcte representatie leidt tot diep wantrouwen ten aanzien van het systeem dat hen eigenlijk zou moeten beschermen. Velen wijzen naar een structureel probleem binnen jeugdzorg.
“Tunnelvisie. Voor ge daar staat, hebben ze alles al door. Fouten worden niet toegegeven. Alles gaat tergend traag.” (moeder)
In meerdere interviews komt naar voren dat ouders een discrepantie ervaren tussen wat mondeling wordt gecommuniceerd tijdens de gesprekken, zittingen of hulpverleningstrajecten en wat uiteindelijk schriftelijk wordt vastgelegd in verslagen of officiële beslissingen.
Rechtbanken verschuilen zich achter verslaggeving van diensten doch stellen niet of zelden in vraag of deze wel correct zijn. Zo stellen we in verschillende situaties vast dat hulpverleners een eigen invulling aan het gebeuren geven. Advocaten binnen de jeugdadvocatuur pleiten niet voor het kind maar baseren zich op verslaggeving van het agentschap Opgroeien en zullen vanuit deze visie handelen.
Juridische context
De complexiteit van het juridisch systeem wordt als belemmerend ervaren. Ouders beschrijven hoe ze zonder juridische kennis hun weg hierin moeten vinden.
“Ik moest zelf uitzoeken wat een verzoekschrift is. Niemand begeleidde me daarin. Ik voelde me constant in de verdediging geduwd.” (vader)
Ouders voelen zich vaak alleen en machteloos binnen een systeem dat hun complexe problemen onvoldoende kent. Ze kunnen moeilijk erkenning en passende hulp vinden. Ze worden soms ook geconfronteerd met voor hen eigenaardige situaties die ze dienen te ondergaan.
“Er was ook de uitputting van rechtsgang. Doelbewust gespeeld door hem. Bijvoorbeeld steeds een wisseling van advocaat waardoor het dossier steeds opnieuw moest worden doorgenomen. Op een gegeven moment koos hij zelfs voor een advocaat die, achteraf bleek, in de gevangenis zat. Maar zo moest er telkens een nieuwe advocaat komen die alles opnieuw moest doornemen. Dan niet vergeten wat handen vol geld dat allemaal kost. Al die procedures. Hij zou dat wel volhouden.” (moeder)
Financiële impact
Uit de interviews blijkt dat ouders die te maken krijgen met ouderverstoting ook worden geconfronteerd met een hoge kostprijs. De kosten van juridische procedures, hulpverlening, onderzoeken en bemiddelingstrajecten stapelen zich op. Dit leidt tot financiële uitputting en zelfs wanhoop. Het traject zet de ouders niet alleen emotioneel maar ook economisch onder druk.
“In totaal ben ik al 93.000 euro kwijt. Wij zijn precies Mister Cash-automaten. Zo duur zijn al die dingen: advocaten, verslagen, rechtbanken, enzovoort.” (moeder)
Ouders geven aan een dilemma te ervaren: financiële stabiliteit opbouwen of de juridische strijd voor contactherstel blijven aangaan. Afhankelijk van de financiële toestand van een ouder komt dit dilemma vroeg of laat in het traject naar boven.
“Er werd ook nooit de vraag gesteld: wie gaat dat allemaal betalen? Al die kosten. Dat kost allemaal een pak geld.” (moeder)
Welzijn van kinderen
Ondanks de beproevingen die de verstoten ouders moeten doorstaan, geven ze aan zich zo goed als mogelijk voor hun kinderen te blijven inzetten. Een kritische reflectie op opvoeding is aangewezen, omdat het structureel ontbreken van één ouder in het leven van een kind negatieve gevolgen kan hebben voor diens emotionele en sociale ontwikkeling. Rechtstreeks of indirect moeten de verstoten ouders aanhoren en vaststellen dat het in vele gevallen niet goed gaat met hun kind(eren): isolement, slechte schoolresultaten, depressies, zelfmoordpogingen en opnames in de psychiatrie.
Uit de interviews komt naar voren dat ouders contactherstel enkel mogelijk achten in een klimaat van veiligheid voor het kind waarbij het voldoende ruimte krijgt om zijn of haar gevoelens te uiten.
“Het was beter geweest als ze in het begin beter naar de kinderen hadden geluisterd en een aantal zaken hadden doorprikt.” (vader)
Het thema ‘de stem van het kind’ komt herhaaldelijk naar voren en krijgt het karakter van een dringende oproep. Ouders benadrukken het belang dat kinderen op een veilige en niet-sturende wijze worden gehoord. Naast inhoudelijke aanbevelingen signaleren zij bovendien een duidelijke behoefte aan meer empathie en erkenning vanuit hulpverleners.
“Maar als niemand het kind een stem geeft, dan blijft alle miserie voortbestaan. Trauma’s die erop inhakken. De schade achteraf is enorm. De oudste zei ooit: moeke, ik ben verknipt.” (moeder)
Nog een ander specifiek probleem wordt naar voren geschoven: de bedreiging van kinderen en soms de concretisering richting uithuisplaatsing. Een kind dat wordt weggetrokken bij de veilige ouder zal zich monddood voelen. Het kind leert zo dat opkomen voor zichzelf enorme gevolgen kan hebben.
Gevolgen van ouderverstoting
De interviews tonen aan dat de psychologische, sociale en familiale impact van ouderverstoting diepgaand en veelzijdig is. De ouders beschrijven gevoelens van verdriet, rouw, woede, schuld en vooral een gevoel van machteloosheid. Het contactverlies wordt vaak vergeleken met een rouwproces dat geen einde kent, omdat er geen afsluiting mogelijk is.
“Je leeft met een kind dat er nog is, maar dat niet gezien mag worden. Dat vreet aan je. Het is rouwen zonder graf.” (vader)
De voortdurende strijd om erkenning en het herhaaldelijk moeten bewijzen van hun intenties brengt ouders in een kwetsbare mentale positie. Velen spreken over slaapproblemen, stress, concentratieverlies en depressieve klachten.
“Er zijn dagen geweest dat ik mijn bed niet uit kon. Dat ik dacht: wat heeft het allemaal nog voor zin?” (moeder)
De impact beperkt zich niet tot het persoonlijke leven van de ouder. Het sociale leven komt ook onder druk te staan. Familieleden en vrienden begrijpen vaak niet wat er gebeurt of durven geen mening te formuleren. Door interacties in de samenleving wordt het gevoel versterkt er alleen voor te staan. Een ander belangrijk element is het effect op het gezinsleven. Ouders ervaren een verscheurd gezin; ook andere kinderen of gezinsleden lijden onder de afwezigheid van de contacten. De realiteit wordt beheerst door onzekerheid en verdriet.
Noden en aanbevelingen
In de bevragingen zijn er ook signalen van veerkracht die terugkomen. Sommige ouders geven aan dat het netwerk rond hen, hoe klein ook, hen overeind houdt. Het vinden van een persoon die de nodige erkenning of een passend luisterend oor biedt, maakt een groot verschil in het kunnen blijven staan als ouder gedurende een contactbreuk.
“Zonder mijn entourage had ik dit nooit volgehouden. Mijn moeder, een paar goeie vriendinnen en mijn therapeut. Die hebben mij letterlijk rechtgehouden.” (moeder)
De ouders geven aan dat het contact met lotgenoten kan bijdragen aan het wederopbouwen of behouden van een sociaal netwerk. Naast steun geven die contacten ook bijkomende kennis. Ze komen daardoor in aanraking met professionals die expertise hebben over het onderwerp. Het vergaren van kennis versterkt vaak de veerkracht bij ouders.
“Ondertussen is mijn netwerk wel heel erg uitgebreid, niet alleen natuurlijk met oude vrienden die teruggekomen zijn en met collega’s, maar ook met heel veel lotgenoten die zelf als ouder verstoten worden of als grootouder. Maar ook heel wat professionals ondertussen, die wel inzicht hebben in de materie van ouderverstoting.” (moeder)
Contactherstel is afhankelijk van factoren zoals de bereidheid van het kind, de tussenkomst van hulpverlening en het al dan niet herkennen van de onderliggende problematiek. Ouders proberen contact te behouden via alternatieve kanalen zoals brieven, mailtjes, geschenken of via derden zoals grootouders, vrienden of leerkrachten. Deze pogingen worden niet altijd positief onthaald of blijven onbeantwoord.
Voorts ervaren de ouders hulpverlening als versnipperd. De participanten geven aan een centrale figuur te missen die hun dossier opvolgt. Er is behoefte aan continuïteit en coördinatie.
Een belangrijke aanbeveling gaat over de deskundigheid en training van professionals. Ouders voelen zich vaak beoordeeld door hulpverleners of magistraten die volgens hen onvoldoende kennis hebben over complexe scheidingsdynamieken, ouderverstoting en psychologisch misbruik. Ook zien ze een gemis aan analytisch doorzicht inzake de persoonlijkheid van een verstotende ouder.
“Je merkt dat ze vaak niet weten wat narcisme is, of wat dat met een kind doet. Dan krijg je standaardadviezen die totaal niet passen.” (moeder)
Er is ook de roep naar onafhankelijk psychologisch onderzoek in de familierechtbank. Ouders stellen dat beslissingen vaak gebaseerd zijn op partijdige of oppervlakkige indrukken. Ze pleiten ervoor dat het onderzoek wordt uitgevoerd door neutrale en ervaren deskundigen die zaken kunnen en willen doorprikken.
Discussie
Ouderverstoting wordt door ‘verstoten’ ouders ervaren als een complex en pijnlijk fenomeen. De onderzoeksresultaten tonen aan dat ouderverstoting voor ouders een bijzonder ingrijpende ervaring is die uitwaaiert over het emotioneel, sociaal, financieel en juridisch vlak. Het contactverlies met hun kinderen beschouwen ouders als een erg lastig proces. Het hele proces dat ze meemaken, maakt het rouwproces ernstiger en versterkt de gevoelens van machteloosheid. Het verlies wordt als heel intens beleefd.
De interviews verdiepen bestaande inzichten: ouders die zich miskend voelen door hulpverleningsorganisaties en die getuigen over het diepe rouwproces dat een contactbreuk met zich meebrengt. Ouders voelen zich veroordeeld door professionals die onvoldoende kennis hebben over de complexiteit van ouderverstoting of psychologisch geweld. Het ontbreken van coördinatie en samenwerking tussen hulpverleningsstructuren versterkt het gevoel van maatschappelijk falen bij ouders (Poustie et al., 2018). Er wordt opgemerkt dat er een kloof bestaat tussen mondelinge uitspraken en schriftelijke verslaggeving. Dit geeft een gevoel van onrechtvaardigheid en wantrouwen jegens het juridische en hulpverleningsdomein (Tavares et al., 2021).
Een terugkerend onderwerp is het ten onrechte worden beschuldigd van het tonen van manipulatief gedrag. Ouders die hun kinderen willen beschermen tegen een schadelijke context worden soms als obstakels gezien in plaats van als zorgfiguren. De combinatie van verlies, onbegrip en institutionele afwijzing leidt tot gevoelens van depressie, eenzaamheid en verlies van zingeving bij de ouders (Balmer et al., 2017; Mirallas et al., 2021).
Harman et al. (2018a) beschouwen ouderverstoting als een vorm van psychische mishandeling welke ernstige schade in de ontwikkeling en het welzijn van een kind met zich meebrengt. De psychologische problemen kunnen ernstige gevolgen hebben voor het welzijn en functioneren van alle betrokkenen. De stem van het kind blijft onderbelicht; het welzijn van het kind wordt vaak genegeerd of slechts als bijkomstig behandeld (Fidler & Bala, 2020). Kinderen die te maken krijgen met ouderverstoting, zijn niet alleen getuige van een conflictueuze relatie tussen hun ouders maar zijn zelf ook het slachtoffer van emotionele manipulatie en stress. Het negeren van hun stem in het onderzoek en tijdens procedures betekent bovendien dat hun behoeften onvoldoende worden erkend (Johnsen et al., 2018). De verhalen van ouders bevestigen de bestaande literatuur die ouderverstoting aanduidt als een vorm van psychische mishandeling (Buysse, 2016). Het vormt een belemmerende factor inzake onthullingen van kinderen bij kindermishandeling (Boel et al., 2025). De geïnterviewde ouders pleiten daarom voor methoden die het standpunt van het kind op een vrije en beschermende manier in kaart brengen.
Hoewel dit onderzoek waardevolle inzichten geeft, zijn er ook beperkingen. De studie kijkt vanuit het perspectief van de ‘verstoten’ ouders. De ‘verstotende’ ouders of diegenen die bijdragen aan de contactbreuk werden niet bevraagd. Verder is de steekproefomvang beperkt en niet representatief voor alle ouders die met ouderverstoting worden geconfronteerd. De resultaten zijn daarom niet generaliseerbaar, maar bieden wel een diepgaand en contextueel inzicht in individuele ervaringen, wat eigen is aan kwalitatief onderzoek. Hierdoor zouden we een oververtegenwoordiging kunnen hebben van ouders met negatieve ervaringen. Ook werden de kinderen, om ethische redenen, niet rechtstreeks benaderd. Een toekomstig onderzoek zou eveneens de verstotende ouders en kinderen kunnen betrekken om zo de interactiepatronen van alle partijen te analyseren. De wederkerige beïnvloeding binnen een systeem sluit aan bij de systeemtheoretische benadering binnen de klinische orthopedagogiek.
Een belangrijk knelpunt is het gebrek aan een nauwkeurige en doeltreffende juridische benadering. Rechters en advocaten missen vaak concrete richtlijnen en een correcte onderbouwing om beslissingen te nemen die in het belang van het kind zijn (Harman et al., 2018b). Dit leidt tot langdurige en kostbare conflicten die zelden een oplossing bieden.
Gerechtelijke uitspraken bij conflictueuze scheidingen houden vaak onvoldoende rekening met dynamieken van controle, subtiel geweld of manipulatie (Barnett, 2020; Templer et al., 2016). Een bijkomend probleem is dat ouders valse beschuldigingen van misbruik of verwaarlozing gebruiken om ouderverstoting te bewerkstelligen (Bernet et al., 2021; Myers & Mercer, 2022). Deze beschuldigingen bemoeilijken de juridische procedures en leiden tot onrechtvaardige beslissingen (De Ruiter & Otgaar, 2019). De verstoten ouder wordt hierdoor onterecht gesanctioneerd en het kind raakt verder emotioneel beschadigd.
Besluit
Dit kwalitatieve onderzoek biedt inzicht in de beleving van ouders die worden geconfronteerd met ouderverstoting en de diepgaande impact van een langdurige contactbreuk met hun kind(eren). Ouderverstoting wordt door ouders niet enkel ervaren als een relationeel verlies, maar als een chronische vorm van rouw die zich uitstrekt over het emotionele, sociale, financiële en juridische domein.
De resultaten tonen aan dat ouders zich naast het verlies van hun kind vaak ook miskend voelen door een gefragmenteerd hulp- en rechtssysteem, wat gevoelens van machteloosheid, onrechtvaardigheid en maatschappelijke afwijzing versterkt. Deze ervaringen ondermijnen het vertrouwen in professionele instanties en bemoeilijken herstel, zowel voor ouders als voor kinderen.
De bevindingen bevestigen bestaande literatuur die ouderverstoting beschouwt als een vorm van psychische kindermishandeling met ernstige gevolgen voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Tegelijk blijkt dat de stem van het kind in hulpverlening en gerechtelijke procedures te vaak onvoldoende wordt gehoord.
Tot slot onderstreept dit onderzoek de nood aan een geïntegreerde, deskundige en kindgerichte aanpak, waarin samenwerking tussen hulpverlening en justitie centraal staat, tunnelvisie wordt vermeden en zowel ouders als kinderen erkenning en bescherming krijgen.
Referenties
Balmer, S., Matthewson, M., & Haines, J. (2017). Parental alienation: Targeted parent perspective. Australian Journal of Psychology, 70(1), 91–99. https://doi.org/10.1111/ajpy.12159 Barnett, A. (2020). A genealogy of hostility: Parental alienation in England and Wales. Journal of Social Welfare and Family Law, 42(1), 18–29. https://doi.org/10.1080/09649069.2019.1701921 Bastaits, K., Mortelmans, D., & Pasteels, I. (2016). Sporen van ouderverstoting in het SiV-onderzoek. Relaties en Nieuwe Gezinnen, 6(3), 1-29. https://doi.org/10.21825/reng.v6i3.18261 Bernet, W., Rohner, R.P., & Reay, K.M. (2021). Rejecting the rejection of parental alienation: Comment on Mercer (2021). Journal of Family Trauma, Child Custody & Child Development, 18(3), 210–216. https://doi.org/10.1080/26904586.2020.1856752 Boel, S., Cools, M., & Vanderplasschen, W. (2025). Het capteren van vroegtijdige kindonthullingen inzake kindermishandeling door hulpverleners. Panopticon: Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch Welzijnswerk, 46(2), 159-168. Buysse, A. (2016). Ouderverstoting: Over tussenkomen in familiezaken en familierelaties—Complexe dynamieken tussen ouders en kinderen (na scheiding). Relaties en Nieuwe Gezinnen, 6(1), 1–18. https://doi.org/10.21825/reng.v6i1.18259 De Ruiter, C., & Otgaar, H. (2019). Beschuldigingen van seksueel misbruik bij conflictscheidingen: Hoe te handelen conform wetenschappelijke standaarden. Bijblijven, 35(6–7), 46–55. https://doi.org/10.1007/s12414-019-0068-9 Dijkstra, S. (2016). Listening to children and parents: Seven dimensions to untangle high-conflict divorce. In T. Liefaard & J. Sloth-Nielsen (Eds.), The United Nations Convention on the Rights of the Child: Taking stock after 25 years and looking ahead (pp. 855–876). Brill | Nijhoff. https://doi.org/10.1163/9789004295056_043 Felitti, V.J. (2019). Origins of the ACE Study. American Journal of Preventive Medicine, 56(6), 787-789. https://doi.org/10.7812/TPP/09-107 Felitti, V.J., Anda, R.F., Nordenberg, D., Williamson, D.F., Spitz, A.M., Edwards, V., Koss, M.P., & Marks, J.S. (1998). Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults: The Adverse Childhood Experiences (ACE) study. American Journal of Preventive Medicine, 14(4), 245–258. https://doi.org/10.1016/s0749-3797(98)00017-8 Fidler, B.J., & Bala, N. (2010). Children resisting postseparation contact with a parent: Concepts, controversies, and conundrums. Family Court Review, 48(1), 10–47. https://doi.org/10.1111/j.1744-1617.2009.01287.x Fidler, B.J., & Bala, N. (2020). Concepts, controversies and conundrums of “alienation”: Lessons learned in a decade and reflections on challenges ahead. Family Court Review, 58(2), 576–603. https://doi.org/10.1111/fcre.12488 Garber, B.D. (2020). Dynamics, not diagnoses. Family Court Review, 58(2), 368–370. https://doi.org/10.1111/fcre.12492 Haarsma, L. (2021). (Dreigend) contactverlies tussen ouder en kind: Ouderverstoting, een actueel thema. Vakblad Sociaal Werk, 3, 36. https://mijn.bsl.nl/ouderverstoting-een-actueel-thema/19224216 Harman, J.J., Kruk, E., & Hines, D.A. (2018a). Parental alienation: The blossoming of a field of study. Current Directions in Psychological Science, 27(3), 175–180. https://doi.org/10.1177/0963721417737819 Harman, J.J., Kruk, E., & Hines, D.A. (2018b). Parental alienating behaviors: An unacknowledged form of family violence. Psychological Bulletin, 144(12), 1275–1299. https://doi.org/10.1037/bul0000175 Johnsen, I.O., Litland, A.S., & Hallström, I.K. (2018). Living in two worlds: Children’s experiences after their parents’ divorce—A qualitative study. Journal of Pediatric Nursing, 43, e44–e51. https://doi.org/10.1016/j.pedn.2018.09.003 Kruk, E. (2018). Parental alienation as a form of emotional child abuse: Current state of knowledge and future directions for research. Family Science Review, 22(4), 141–164. http://dx.doi.org/10.26536/EVMS9266 Maguire, S.A., Williams, B., Naughton, A.M., Cowley, L.E., Tempest, V., Mann, M.K., & Kemp, A.M. (2020). A systematic review of the emotional, behavioral and cognitive features exhibited by school-aged children experiencing neglect or emotional abuse. Child Care, Health and Development, 46(1), 1–15. https://doi.org/10.1111/cch.12607 Mirallas, P., Gody, C., & Hidalgo, M.D. (2021). Long-term emotional consequences of parental alienation exposure in children of divorced parents: A systematic review. Current Psychology, 42(14), 12055–12069. https://doi.org/10.1007/s12144-021-02537-2 Myers, J.E.B., & Mercer, J. (2022). Parental alienation in family court: Attacking expert testimony. Child and Family Law Journal, 10(1), Article 3. https://lawpublications.barry.edu/cflj/vol10/iss1/3 Nederlands Jeugdinstituut. (z.j.). Ouderverstoting. https://www.nji.nl/onderwerpen/ouderverstoting Poustie, C., Matthewson, M., & Balmer, S. (2018). The forgotten parent: The targeted parent perspective of parental alienation. Journal of Family Issues, 39(12), 3298–3323. https://doi.org/10.1177/0192513X18777867 Schuengel, C., Tsoory, M.M., Roos, L., & Resch, F. (2019). Attachment disorganization and the roots of psychopathology: A review of insights from the Bucharest Early Intervention Project. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 60(1), 29–40. https://doi.org/10.1111/jcpp.12978 Tavares, A., Crespo, C., & Ribeiro, M.T. (2021). What does it mean to be a targeted parent? Parents’ experiences in the context of parental alienation. Journal of Child and Family Studies, 30(5), 1370–1380. https://doi.org/10.1007/s10826-021-01914-6 Templer, K., Matthewson, M., Haines, J., & Cox, G. (2016). Recommendations for best practice in response to parental alienation: Findings from a systematic review. Journal of Family Therapy, 39(1), 103–122. https://doi.org/10.1111/1467-6427.12137 Van Gemert, M. (2019). Gevolgen van onveiligheid in de kindertijd. In M. van Gemert (Ed.), Onveilig gehecht (pp. 29–41). Bohn Stafleu van Loghum. https://doi.org/10.1007/978-90-368-1436-2_3 Verhoeven, N. (2023). Thematische analyse: Patronen vinden bij kwalitatief onderzoek. Boom. Von Boch-Galhau, W. (2018). Parental alienation (syndrome): A serious form of psychological child abuse. Mental Health and Family Medicine, 14, 725–739. Wouters, A., Grymonprez, H., & Vanderplasschen, W. (2024). Perspectieven van hulpverleners over trauma-informed care in de laagdrempelige zorg. Verslaving & Herstel, 4(3), 7–17. https://biblio.ugent.be/publication/01J94JQSMHVRCTVCXDKY641DXZ