Pff. Het zal bijna niemand zijn ontgaan. Het was een snikhete zomer en we hebben met z’n allen wat gezucht en gepuft. Het lijkt ook nooit goed te zijn met het weer. Niet alleen een fikse regenbui leidt tot gemopper, ook de hitte van de afgelopen tijd leverde nogal wat geklaag op.
En dat is niet verwonderlijk. Want wat blijkt? Hitte maakt ons prikkelbaar. We hebben een korter lontje en gaan snel mopperen en snauwen. Maar het maakt ons ook tijdelijk wat dommer en agressiever. Volgens Mathias Celis, gedragspsycholoog aan de Universiteit van Gent, leidt hitte er namelijk toe dat we ons gedrag minder goed onder controle kunnen houden en ook vaker slechtere beslissingen nemen (Radio 1, juni 2026). Hoe komt dat? Het brein is grotendeels verantwoordelijk voor het op peil houden van onze lichaamstemperatuur. Om op extreem hete dagen oververhitting van het lichaam tegen te gaan schakelen de hersenen over op een lagere stand. De energie die het brein normaal gebruikt en nodig heeft om goed te functioneren en na te denken, is tijdens extreme hitte nodig voor afkoeling van het lichaam. De zweetklieren gaan harder werken en het hart gaat sneller kloppen. Er blijft dus minder energie over in het brein om na te denken en emoties te reguleren. De energie is immers op weg om het lichaam af te koelen en niet te laten oververhitten. Ons ‘denkende en regulerende brein’ moet het dan doen met wat minder energie. Vooral het voorste deel van onze hersenen (de prefrontale cortex) ondervindt daar hinder van. We zijn daardoor sneller geïrriteerd en maken sneller – misschien dommere – beslissingen. De ideale temperatuur voor onze hersenen is ongeveer 21 à 22 graden Celsius. Vanaf 26 graden Celsius neemt onze concentratie al af. Dit is zorgelijk.
Extreme hitte en hittegolven nemen de laatste decennia steeds meer toe. Kinderen hebben tegenwoordig in tegenstelling tot hun ouders en grootouders veel vaker te maken met extreme temperaturen. UNICEF schat dat ruim 559 miljoen kinderen worden blootgesteld aan frequente hittegolven (UNICEF, oktober 2022) en dat dit aantal in de komende decennia alleen maar zal toenemen. Shapiro en collega’s (2024) hebben in een scoping review laten zien wat de gevolgen zijn van deze frequente hittegolven voor de gezondheid van kinderen. Baby’s worden vaker te vroeg geboren en hebben een lager geboortegewicht. Tijdens een hittegolf zijn er meer aanmeldingen bij de spoedeisende hulp en is er een toename van astmaklachten en infecties. Maar ook het cognitief functioneren lijdt onder de hitte. Kinderen zijn op school sneller moe en minder geconcentreerd. De aandacht verslapt en de lontjes worden korter.
Bronfenbrenner kwam in 1979 met zijn ecologische model waarin hij beschreef dat factoren op verschillende niveaus (micro, meso, macro, chrono) de ontwikkeling van het individu beïnvloeden. Zou hij ooit hebben kunnen vermoeden dat ook temperatuur hierbij een belangrijke rol zou spelen? Hoe dan ook, de orthopedagoog kan maar beter het weerbericht goed in de gaten houden en op snikhete dagen agressie, impulsiviteit en een gebrek aan concentratie vooral vanuit dit perspectief bekijken.