Ga naar de inhoud

Leesvaardigheid: wat is dat eigenlijk?

Dit themanummer gaat over lezen. Maar wat bedoelen we daar feitelijk mee? Een wetenschappelijke benadering vereist een heldere definitie. Ik stel een eenduidige definitie voor: Lezen is het decoderen van schrifttekens in (uit)gesproken taal.1 Net als bij geheimschrift liggen regels aan het decodeerproces ten grondslag. Als de lezer de code heeft gekraakt, kan deze in principe alles lezen. Dat blijkt uit het feit dat iemand die kan lezen ook pseudowoorden, zoals FLOEM, KLARNS en TRULNEIK, kan lezen. Leesvaardigheid is dus een generieke vaardigheid en een maat voor de kwaliteit en kwantiteit waarmee woorden gedecodeerd worden. Leesvaardigheid of kortweg lezen wordt wat mij betreft bepaald door de parameters nauwkeurigheid, snelheid en vloeiendheid (lezen zonder haperingen). Leesvaardigheid zegt dus niets over de mate waarin dat wat gedecodeerd wordt, begrepen wordt.

Hoe leesvaardig een lezer moet zijn om dat wat deze leest te begrijpen, is lastig met zekerheid vast te stellen. Dat hangt namelijk af van de complexiteit van de inhoud en structuur. Dat is voor iedereen anders. Eén ding is duidelijk: je moet niet sneller willen lezen dan je kunt begrijpen. Dat zal met een bekend onderwerp sneller kunnen dan met een onbekend. Je moet ook niet te langzaam lezen, want dan weet je aan het eind van de zin niet meer wat je aan het begin hebt gelezen. Het is als fietsen, je moet een minimale snelheid hebben om niet om te vallen. Maar als je te snel fietst en niet om je heen kijkt, kun je verdwalen. Hoe het ook zij, je moet wel kunnen fietsen, anders kom je nergens. Zo is het ook met het begrijpen van tekst, je moet wel kunnen lezen.

 

Noot

  1. Bosman, A.M.T., Cihangir, S., & Bootsma, M. (2022). Dalende leesvaardigheid: een herinterpretatie. https://redhetonderwijs.com/wp-content/uploads/Bosman-et-al-2022.pdf