Ga naar de inhoud

Leesmoeilijkheden en dyslexie: zorg- of onderwijsprobleem?

Samenvatting

De motivatie voor dit opiniërend artikel is de sterke toename van het aantal dyslexieverklaringen in de afgelopen vijftien jaar, evenals de onrustbarende stijging van de uitgaven in de jeugdzorg aan gespecialiseerde dyslexiebehandelcentra.

Het artikel begint met een beknopte weergave van het wetenschappelijk onderzoek over de aard en oorzaken van leesmoeilijkheden en dyslexie. Daarbij komen vier causale niveaus aan bod: erfelijkheid en genetica, neurobiologische rijping en ontwikkeling, cognitieve factoren en gedrag en symptomatologie. Uit dit overzicht komt naar voren dat de factoren in de ontwikkeling op alle vier niveaus onderling interactie vertonen, en dat ook tussen niveaus interacties in beide richtingen plaatsvinden. Geen enkele factor is op zichzelf noodzakelijk of voldoende om leesmoeilijkheden en dyslexie te verklaren. Dit vormt de basis van het multifactoriële verklaringsmodel.

In de laatste herziening van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDDB, versie 3.0) is de diagnose dyslexie nog uitsluitend een gedragsdiagnose (ernstige en hardnekkige achterstand in de ontwikkeling van technisch lezen) zonder een dyslexie-specifiek genetisch, neurobiologisch of cognitief profiel. Met het wegvallen van de neurocognitieve criteria voor specificiteit en exclusiviteit in de diagnose dyslexie ontstaan twijfels over het onderscheid tussen dyslexie enerzijds en leesmoeilijkheden of -achterstand in het kader van een algemeen leerprobleem, een algemene of specifieke taalstoornis, contextfactoren als anderstaligheid of onderwijsachterstand anderzijds. Het artikel bespreekt de consequenties hiervan voor diagnostiek en doorverwijzing, evenals twijfels over de specificiteit van dyslexiebehandelingen door gespecialiseerde behandelcentra. Het besluit met een pleidooi om het medisch model, met slagboomdiagnostiek en specialistische zorg, grondig te herzien en de interventie bij ernstige leesmoeilijkheden terug te halen naar het onderwijs.

Kernwoorden: leesmoeilijkheden, bestaat dyslexie?, diagnostiek, dyslexie-behandeling, PDDB3.0, jeugdzorg, leesonderwijs

 

Over de auteur

Prof. dr. Ben Maassen is als emeritus hoogleraar verbonden aan het Centre for Language and Cognition Groningen (CLCG), Rijksuniversiteit Groningen, en de School of Behavioral and Cognitive Neurosciences (BCN), Universitair Medisch Centrum Groningen. E-mail: b.a.m.maassen@rug.nl.

 

Praktijklessen

  1. Leesontwikkeling, leesmoeilijkheden en dyslexie worden multifactorieel bepaald op het niveau van erfelijkheid en genetica, neurobiologie en cognitie.
  2. Volgens het huidige PDDB3.0 is dyslexie een gedragsdiagnose (ernstige en hardnekkige achterstand) zonder exclusiviteitscriteria en zonder een dyslexie-specifiek cognitief profiel.
  3. De behandeling in dyslexiebehandelcentra is niet specifiek op neurobiologisch of cognitief niveau, maar bestaat uit gestructureerd en intensief (achterstallig) leesonderwijs.
  4. Indien er uitsluitend sprake is van ernstige leesmoeilijkheden, is er geen onderwijsinhoudelijke reden te verwijzen naar de zorg; dyslexiebehandelingen bevatten geen onderdelen die vreemd zijn aan het onderwijs.
Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us