Geassocieerde factoren en vergelijking tussen residentiële voorzieningen en pleegzorg
Samenvatting (Peer-reviewed)
In Vlaanderen krijgt pleegzorg voor jonge kinderen de voorkeur boven plaatsing in een residentiële voorziening. Toch worden jonge kinderen soms alsnog in residentiële jeugdhulp geplaatst. Uit onderzoek van De Wispelaere et al. (2021) blijkt dat deze jonge kinderen doorgaans korter in residentiële hulp verblijven dan kinderen in pleegzorg verblijven. Van de kinderen in pleegzorg verblijft de helft drie jaar na plaatsing nog steeds in deze setting. Dit benadrukt het belang van een goed onderbouwde beslissing bij het kiezen van een hulpverleningsvorm, al is onduidelijk hoe deze keuze precies wordt gemaakt. Deze studie vergelijkt de duurzaamheid van plaatsingen in residentiële voorzieningen en pleegzorg. Ze onderzoekt of jonge kinderen drie jaar na plaatsing nog in dezelfde hulpvorm verblijven, en indien niet, waarheen en hoe snel ze uitstroomden. Eveneens wordt onderzocht hoe contactfrequentie en -duur met ouders, kind en begeleiders samenhangen met de plaatsingsuitkomsten. Voorts worden de plaatsingsdoelen en de criteria voor hulpverleningskeuze geanalyseerd, evenals mogelijke verbanden daartussen. Via een vragenlijst tijdens een online interview met een professional werden gegevens verzameld over 54 kinderen: 12 in een Organisatie Voor Bijzondere Jeugdzorg (OVBJ), 26 in een netwerkpleeggezin en 16 in een bestandspleeggezin. De resultaten tonen verschillen tussen de groepen kinderen in hereniging met ouders en in redenen voor plaatsing. Ook bleken er tussen de werkvormen verschillen in doelen geformuleerd tijdens de plaatsing en in de frequentie van contacten tussen hulpverleners, ouders en kinderen. Het type hulpverlening had echter geen invloed op de snelheid van hereniging. Belangrijker waren de redenen van plaatsing en de doelen geformuleerd gedurende de plaatsing. Plaatsingen vanwege ouderlijke problemen waarvoor bijgevolg een langdurig hulpverleningsperspectief werd gezocht, verkleinden de kans op een (snelle) hereniging.
Kernwoorden: jeugdhulp, jonge kinderen, hereniging, pleegzorg, Organisatie Voor Bijzondere Jeugdzorg.
Over de auteurs
Nienke Derkoningen is klinisch psycholoog en mandaatassistent aan de Vrije Universiteit Brussel, bij de faculteit Psychologie en Educatieve Wetenschappen, vakgroep Psychologie.
Prof dr. Frank Van Holen is directeur hulpverleningsbeleid van Pleegzorg Vlaams-Brabant en Brussel en gastprofessor aan de vakgroep Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Johan Vanderfaeillie is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, bij de faculteit Psychologie en Educatieve Wetenschappen, vakgroep Psychologie.
Praktijklessen
- Tussen jonge kinderen in pleegzorg en in voorzieningen bestaan duidelijke verschillen in plaatsingsredenen, doelen en contacten tussen kinderen, ouders en hulpverleners.
- Voorzieningen bieden meer flexibiliteit voor ouderbezoek dan pleegzorg, waar bezoeken aangepast moeten worden aan het gezinsleven van het pleeggezin.
- Hulpverleners zetten tijdens de plaatsing actief in op contactopbouw en het creëren van kansen voor ouders om betrokken te blijven bij het leven van hun kind.
- In de meerderheid van de situaties weet de betrokken hulpverlener niet waarom voor een specifieke plaatsingsvorm (pleegzorg/voorziening) werd gekozen.
- Meer inzicht in de overwegingen van beslissers bij uithuisplaatsing kan leiden tot gerichtere ondersteuning en een grotere kans op het behalen van doelen.