Ga naar de inhoud

Theater als taal voor epistemische rechtvaardigheid

Wat als kunst meer is dan esthetiek, meer dan een voorstelling of een decor? Wat als kunst een noodzakelijke (orthopedagogische) handeling wordt, een daad van verzet tegen stilte of het niet gehoord worden? Deze vragen kwamen naar boven toen ik enkele weken geleden het plezier had de voorstelling Volammo Davvero van het Italiaanse gezelschap Il Carrozzone degli Artisti te mogen bijwonen.

In een rozentuin vol herinneringen en spel ontmoetten we Alberto en Federica, een vader en dochter. De voorstelling is een poëtische verkenning van universele thema’s als rouw, kwetsbaarheid en hoop, maar bovenal van wie er gehoord wordt – en wie niet.

Federica, vertolkt door een actrice met het syndroom van Down, zoekt haar vader die wegzakt in moeilijkheden. Ze probeert hem vast te houden, te redden. Uiteindelijk blijft zij achter. Wat rest is het gezamenlijke verleden, belichaamd in de rozen van hun tuin – een bron van kracht en levenslust. Het is deze herinnering die haar doet ‘vliegen, echt’ – volammo davvero.

Deze metafoor reikt verder dan de scène en is een spiegel voor het orthopedagogisch handelen. Het is een daad van verzet tegen wat Alice Schippers in haar oratie Gouden Verbindingen aanduidt als epistemologisch onrecht. Mensen met beperkingen worden in onze kennismaatschappij te vaak niet erkend als volwaardige kennisdragers. Ervaringskennis – die belichaamde, affectieve, impliciete wijsheid van het leven zelf – krijgt zelden de status van ‘echte’ kennis. Schippers beschrijft hoe epistemisch onrecht zich in twee vormen voordoet: testimonial onrecht, waarbij mensen niet geloofd worden op hun woord omdat ze tot een ‘bepaalde groep’ behoren wiens kennis als niet-relevant wordt beschouwd, en hermeneutisch onrecht, waarbij ervaringen niet herkend worden omdat er simpelweg geen taal voor bestaat.

Theater zoals Volammo Davvero werkt hierin als tegenstem: het schept een ruimte waarin deze kennis wél erkend wordt, zichtbaar gemaakt door spel, beweging, muziek en nabijheid. Het theater maakt hier het onzichtbare zichtbaar. Waar de samenleving vaak struikelt over taligheid en cognitieve normen, schept de voorstelling een ruimte voor relationele, belichaamde, affectieve kennis. 

Op die manier vertrekt de voorstelling van een pluralistische benadering van kennis, waarin verschillende vormen van weten – expliciet en impliciet, verbaal en affectief – naast elkaar bestaan en worden gewaardeerd. Federica is in dit licht geen ‘object van zorg’, maar een dragende kracht van betekenis, een epistemisch subject dat met haar handelen en herinneren kennis tot stand brengt.

Als podiumkunst betekenis geeft aan ervaringen die anders onderbelicht blijven, dan is theater meer dan kunst. Dan is het een praktijk van erkenning, van verbinding, van epistemische rechtvaardigheid. Het is tevens een pedagogisch appél om constant de vraag te stellen: Wie wordt wanneer gehoord en serieus genomen? Wie mag mee kennis creëren en hoe kan deze gedeeld worden? Volammo Davvero deed me opnieuw beseffen dat ons werk als orthopedagoog niet begint met weten, maar met luisteren en actief op zoek gaan naar manieren om machtsverhoudingen te doorbreken. Het is een herinnering dat orthopedagogiek, in haar diepste zin, ook kunst is: de kunst van het zien, van het ruimte maken voor de ander, en van het samen opnieuw leren vliegen